Toevoeging van bortezomib aan onderhoudstherapie na D-MPB verlengt PFS niet bij NDMM
Voor patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie bestaat de behandeling doorgaans uit daratumumab, melfalan, prednisolon en bortezomib, gevolgd door onderhoudstherapie met daratumumab. De progressievrije overleving neemt echter snel af tijdens deze onderhoudsfase. In de fase III-studie B-DASH is onderzocht of toevoeging van bortezomib aan de onderhoudsbehandeling hierin verbetering kan brengen. Tijdens ASH 2025 presenteerde prof. Tomotaka Suzuki MD, PhD, (Nagoya City University Graduate School of Medical Sciences, Nagoya, Japan) de resultaten van een interimanalyse van deze studie.
Op basis van de eerdere ALCYONE-studie is behandeling met daratumumab, melfalan, prednisolon en bortezomib (D-MPB) gevolgd door onderhoudsbehandeling met daratumumab één van de standaardbehandelingen geworden voor patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom (‘newly diagnosed multiple myeloma’, NDMM) die niet in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie. Vanwege de duidelijke daling in PFS tijdens de onderhoudsfase wordt echter gezocht naar optimalisatie van dit behandeltraject. Het ligt voor de hand om patiënten die tijdens de inductiefase goed reageren op bortezomib ook tijdens de onderhoudsfase met dit middel te blijven behandelen, maar of toevoeging van bortezomib aan de onderhoudsbehandeling de uitkomsten van patiënten daadwerkelijk verbetert, is tot nu toe nog niet bevestigd in een gerandomiseerde studie.
Studieopzet
In de gerandomiseerde fase III-studie B-DASH werd de werkzaamheid van toevoeging van bortezomib aan daratumumab-onderhoudstherapie na inductie met D-MPB onderzocht bij patiënten met NDMM die niet in aanmerking kwamen voor een stamceltransplantatie. Patiënten van ≥65 jaar, óf van 20-64 jaar die afzagen van transplantatie, konden deelnemen.
De inductiebehandeling met D-MPB werd toegediend in cycli van 3 weken, met een maximum van 18 cycli. Alleen patiënten die na 12 cycli minstens een partiële respons (PR) bereikten, stroomden door naar het gerandomiseerde deel van de studie. In deze fase werden deelnemers 1:1 gerandomiseerd tussen maximaal 24 cycli van 28 dagen onderhoudstherapie met óf alleen daratumumab (groep A), óf daratumumab plus bortezomib (groep B). De primaire uitkomstmaat was de PFS. Secundaire uitkomstmaten waren onder andere de OS en de veiligheid.
Resultaten
In totaal werden 143 patiënten in de analyse opgenomen: 73 in groep A en 70 in groep B. De baselinekenmerken van de deelnemers in beide groepen waren goed in balans. In groep A was 37,0% van de deelnemers ≥75 jaar, tegenover 34,3% in groep B. Hoogrisico cytogenetica werd respectievelijk bij 19,2 en 22,9% vastgesteld. Een zeer goede PR werd bereikt door 27,4 versus 22,9%, en een complete respons (CR) of beter door 50,7 versus 55,7% van de patiënten in groep A en B.
Werkzaamheid
Na een mediane follow-upduur van 1,3 jaar (interkwartielbereik: 0,5-2,0) vanaf randomisatie was de 2-jaars-PFS 80,2% (95%-BI: 63,2-89,9) in groep A en 72,5% (95%-BI: 56,9-83,2) in groep B (HR [95%-BI]: 1,53 [0,68-3,45]). De kans dat groep B bij de finale analyse een statistisch superieure PFS zou tonen was slechts 5,5%, waarop de studie voortijdig werd beëindigd. Ook in een recentere update van de PFS-gegevens werd geen voordeel gezien voor groep B ten opzichte van groep A (1,5 jaar follow-up; HR [95%-BI]: 1,76 [0,92-3,37]). De OS na 1,5 jaar was vergelijkbaar: 91,8% in groep A en 87,3% in groep B (HR [95%-BI]: 1,42 [0,45-4,47]).
Veiligheid
De behandeling werd vroegtijdig gestaakt bij 4 patiënten in groep A en bij 12 in groep B. Veel voorkomende ongewenste voorvallen (‘adverse events’, AE’s; ≥5%) van graad ≥2 tijdens de onderhoudstherapie waren lymfocytopenie (resp. 27,1 vs. 38.5%), long- of bovenste luchtweginfecties (resp. 10,0 vs. 10,8%), sensorische perifere neuropathie (resp. 8,6 vs. 18,5%; allen graad 2) en diarree (resp. 0 vs. 6,2%).
Conclusie
Uit de fase III-studie B-DASH blijkt dat toevoeging van bortezomib aan onderhoudsbehandeling met daratumumab na D-MPB-inductietherapie de PFS niet verbetert ten opzichte van daratumumab alleen bij nieuw gediagnosticeerde patiënten met multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie.
Referentie
Suzuki T, et al. Role of bortezomib maintenance therapy in the anti-CD38 antibody era: Interim analysis results of a randomized Phase III study for transplant-ineligible newly diagnosed multiple myeloma (JCOG1911/B-DASH Study). Gepresenteerd tijdens ASH 2025; abstract 370.
