preheader NTVH

Defitelio

DREAMM-8: belantamab mafodotin, pomalidomide en dexamethason bij gerecidiveerd of refractair multipel myeloom

Gecombineerd gebruik van proteasoomremmers, immunomodulerende middelen en anti-CD38-antilichamen is de standaard bij patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom. Dit leidt tot een groter aantal patiënten dat bij het eerste recidief blootgesteld is aan deze middelen en hiervoor refractair is. Vandaar dat er behoefte is aan combinaties van geneesmiddelen met nieuwe werkingsmechanismen voor patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom. In de DREAMM-7-studie leidde een combinatie van belantamab mafodotin (belamaf), bortezomib en dexamethason (BVd) ten opzichte van de combinatie van daratumumab, bortezomib en dexamethason (DVd) tot een verbetering in progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS) en was er een duidelijke trend tot verbeterde algehele overleving (‘overall survival’, OS) bij patiënten die ≥1 eerdere behandelingen hadden gehad. In de DREAMM-8-studie werd de combinatie van belamaf, pomalidomide en dexamethason (BPd) vergeleken met de standaardbehandeling met pomalidomide, bortezomib en dexamethason (PVd) bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom die eerder waren behandeld met lenalidomide.

Studieopzet

In de multicentrische, gerandomiseerde ‘open-label’-fase III-studie DREAMM-8 werden de werkzaamheid en veiligheid van BPd versus PVd onderzocht bij volwassen patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom die ≥1 eerdere behandelingen hadden gekregen, waaronder lenalidomide. Zij mochten geen eerdere behandeling hebben ontvangen met een anti-BCMA-middel of pomalidomide en mochten ook niet refractair of intolerant zijn voor bortezomib. Patiënten werden 1:1 gerandomiseerd tussen BPd (in cycli van 28 dagen) of PVd (in cycli van 21 dagen). De behandeling met BPd bestond uit belamaf (2,5 mg/kg i.v. op dag 1 van cyclus 1 en 1,9 mg/kg i.v. op dag 1 van cyclus 2 en daaropvolgende cycli), pomalidomide (4 mg op dagen 1-21 van alle cycli) en dexamethason (40 mg wekelijks vanaf dag 1 van alle cycli). De behandeling met PVd bestond uit pomalidomide (4 mg op dagen 1-14 van alle cycli), bortezomib (1,3 mg/m2 s.c. op dagen 1, 4, 8 en 11 van cycli 1-8 en op dagen 1 en 8 van cycli 9 en daaropvolgende cycli) en dexamethason (20 mg op de dag van de bortezomibgift en op de dag erna). De primaire uitkomstmaat was de PFS, zoals beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie op grond van de International Myeloma Working Group (IMWG). Belangrijke secundaire uitkomstmaten waren onder meer de algehele overleving (‘overall survival’, OS), MRD-negativiteit, de tumorrespons, de responsduur (‘duration of response’, DOR) en de veiligheid.

Resultaten

De baselinekenmerken van de patiënten kwamen grotendeels overeen tussen beide groepen. Bij de analyse waren patiënten gerandomiseerd tussen BPd (n=155; mediaan aantal eerdere behandelingen: 1 [bereik 1-6]) en PVd (n=147; mediaan aantal eerdere behandelingen: 1 [bereik: 1-9]). In de BPd-groep had 53% van de patiënten 1 eerdere behandeling ontvangen, was 90% van de patiënten eerder behandeld met een proteasoomremmer, en was 81% van de patiënten refractair voor lenalidomide. In de BPd- en PVd-groep was respectievelijk 23 en 24% van de patiënten refractair voor een anti-CD38-antilichaam. Na een mediane follow-upduur van 21,8 maanden was de mediane PFS niet bereikt in de BPd-groep versus 12,7 maanden  in de PVd-groep (HR [95%-BI]: 0,52 [0,37-0,73]). Dit PFS-voordeel van BPd werd gezien in alle subgroepen van de studie, inclusief patiënten met een hoog of standaard cytogenetisch risico. Tevens werd dit voordeel gezien bij patiënten die refractair waren voor lenalidomide (HR [95%-BI]: 0,45 [0,31-0,65]. De PFS na 12 maanden was 71% in de BPd-groep versus 51% in de PVd-groep. Het percentage patiënten bij wie een objectieve respons (ORR) werd bereikt, was 77% in de BPd-groep versus 72% in de PVd-groep. Het percentage patiënten bij wie een complete respons of beter (≥CR) werd bereikt, was 40% in de BPd-groep versus 16% in de PVd-groep. De mediane responsduur werd niet bereikt (95%-BI: 24,9-NB) in de BPd-groep en was 17,5 maanden met PVd. Ten aanzien van de OS werd een positieve trend waargenomen ten gunste van BPd versus PVd (HR [95%-BI]: 0,77 [0,53-1,14]).

In de BPd-groep (n=150) traden ongewenste voorvallen (‘adverse events’, AE’s) ongeacht de graad bij >99% van de patiënten, en AE’s van graad 3-4 bij 91% van de patiënten; in de PVd-groep (n=145) betrof dit respectievelijk 96 en 73% van de patiënten. Daarbij wordt aangetekend dat de duur van de behandeling tweemaal zo lang was als in de PVd-groep. Het percentage van AE’s dat leidde tot het onderbreken van de behandeling was laag en vergelijkbaar tussen beide groepen. In de BPd-groep trad bij 89% (graad 3-4: 43%) van de patiënten een oculaire AE’ op versus 30% (graad 3-4: 2%) van de patiënten in de PVd-groep. De oculaire AE’s konden verholpen worden door de behandeling te onderbreken (83%) of de dosis te verlagen (59%) en leidden tot een laag percentage van uitvallers (9%). Ernstige AE’s (‘serious adverse events’, SAE’s) werden gemeld bij respectievelijk 63 en 45% van de patiënten in de BPd- en PVd-groep. Fatale SAE’s werden in beide groepen gemeld bij 11% van de patiënten. In totaal staakten respectievelijk 15 en 12% van de patiënten in de BPd- en PVd-groep de behandeling als gevolg van een AE. De AE’s waren over het algemeen beheersbaar en kwamen in grote lijnen overeen met het reeds bekende veiligheidsprofiel van de individuele middelen.

Conclusie

De onderzoekers concluderen dat de DREAMM-8 studie een statistisch significant en klinisch relevant PFS-voordeel heeft aangetoond met BPd versus PVd bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom na ≥1 eerdere behandeling. Ook leidde BPd tot diepere en langer aanhoudende responsen, toonde het een gunstige OS-trend en een beheersbaar veiligheidsprofiel. Volgens prof. Dimopoulos wijzen deze resultaten, samen met de DREAMMS-7-studie (met BVd), erop dat combinaties met belamaf de nieuwe zorgstandaard kunnen zijn bij een eerste recidief of daarna vanwege de robuuste werkzaamheid, beheersbare veiligheid en eenvoudige toediening.

Referentie

Dimopoulos MA, et al. Results from the randomized phase 3 DREAMM-8 study of belantamab mafodotin plus pomalidomide and dexamethasone vs pomalidomide plus dexamethasone in relapsed/refractory multiple myeloma. Gepresenteerd tijdens EHA 2024; abstract LB3440.

Spreker Meletios A. Dimopoulos

Prof. Meletios A. Dimopoulos, MD, National and Kapodistrian University of Athens School of Medicine, Athene, Griekenland

 

Zie: Keyslides

 

Naar boven