preheader NTVH

APOLLO: ATO in combinatie met ATRA bij patiënten met hoogrisico acute promyelocytische leukemie

In recent onderzoek is bij de behandeling van patiënten met acute promyelocytische leukemie met een laag tot gemiddeld risico een gunstige werkzaamheid aangetoond van de combinatie van all-trans-retinoïnezuur en arseentrioxide in vergelijking met ATRA plus chemotherapie. De werkzaamheid van deze combinatiebehandeling was echter niet eerder onderzocht in de groep van hoogrisicopatiënten met acute promyelocytische leukemie. Dit vormde de aanleiding voor de APOLLO-studie.

Met all-trans-retinoïnezuur (ATRA) in combinatie met arseentrioxide (ATO) zijn in recente onderzoeken een verbeterde overleving en een verminderde kans op recidief vastgesteld in vergelijking met ATRA en chemotherapie bij de eerstelijnsbehandeling van patiënten met acute promyelocytische leukemie (APL) met een laag of gemiddeld risico (witte bloedcellen ≤10×109 per liter). APOLLO was de eerste gerandomiseerde fase III-studie waarin de werkzaamheid en veiligheid van de combinatie van ATRA en ATO werd vergeleken met ATRA plus chemotherapie in de groep van hoogrisicopatiënten met APL.

Studieopzet

In de gerandomiseerde, ‘open-label’-fase III-studie APOLLO werden patiënten met nieuw gediagnosticeerde hoogrisico APL van 18-65 jaar 1:1 gerandomiseerd tussen behandeling met idarabucine (2x 12 mg/m2) op dag 1 en 3 plus ATRA (dagelijks 45 mg/m2) en ATO (0,15 mg/kg) of ATRA plus standaard chemotherapie met idarubicine. In de ATRA+ATO-groep werd de behandeling voortgezet tot het bereiken van complete respons. Consolidatie bestond uit 4 cycli met ATO van 5 dagen per week, met 4 weken behandeling en 4 weken geen behandeling. Parallel werd ATRA gegeven in 7 cycli van 2 weken met behandeling en 2 weken zonder behandeling. De chemotherapie bestond uit inductietherapie gevolgd door 3 cycli van consolidatietherapie en onderhoudstherapie. De primaire uitkomstmaat was de gebeurtenisvrije overleving (‘event-free survival’ EFS) na 2 jaar. Belangrijke secundaire uitkomsten waren de algehele overleving (‘overall survival’, OS), meetbare restziekte (‘measurable residual disease’, MRD) en de veiligheid.

Resultaten

Tussen 2016 en 2022 werden in totaal 133 patiënten geïncludeerd uit 143 centra in 6 Europese landen. Oorspronkelijk was gepland om 280 deelnemers te includeren. De studie werd echter in augustus 2022 vroegtijdig stopgezet vanwege de trage rekrutering tijdens de Covid-19-pandemie en het verlopen van het onderzoeksmiddel. In totaal werden 131 patiënten geanalyseerd: 68 in de ATRA+ATO-groep en 63 in de ATRA+chemotherapie-groep. Patiënten hadden een mediane leeftijd van 46 jaar, 51,9% was man en de mediane concentratie witte bloedcellen was 36 x109/l (10,1-489,0 x109/l). Bij een mediane follow-up van 31 maanden was het percentage EFS na 2 jaar 89% in de ATRA+ATO-groep en 72% in de ATRA+chemotherapie-groep (p=0,02). Het percentage OS na 2 jaar was respectievelijk 93% versus 87% (p=0,33). De verwachte 5-jaars EFS- (87% versus 55%; p=0,003) en OS-percentages (93% versus 82%; p=0,17) lieten eenzelfde trend zien. De complete respons werd bereikt in 63 (93%) van de ATRA+ATO-groep versus 57 (91%) in de ATRA+chemotherapie-groep. MRD was aanwezig bij 1,75% van de patiënten in de ATRA+ATO-groep versus 5,5% van de patiënten in de ATRA+chemotherapie-groep. De cumulatieve incidentie van recidiverende ziekte was significant hoger in de ATRA+chemotherapie-groep (1,6% versus 14,0%). Ten aanzien van de veiligheid werd trombocytopenie van graad 1-4 gerapporteerd bij 15% van de patiënten in de ATRA+ATO-groep en 22% in de ATRA+chemotherapie-groep. Neutropenie van graad 3-4 kwam voor bij 22% van de patiënten in de ATRA+ATO-groep en bij 46% van de patiënten in de ATRA+chemotherapie-groep. Vroegtijdig overlijden werd gemeld bij respectievelijk 7% versus 10% van de patiënten. Daarbij was sprake van bloedingen, sepsis, trombose en longfalen als gevolg van leukostase gerelateerd aan APL.

Conclusie

Eerstelijnsbehandeling met een combinatie van ATRA en ATO met twee initiële doseringen van idarubicine resulteert in een superieure EFS vergeleken met conventionele behandeling met ATRA plus chemotherapie bij patiënten met hoogrisico APL. Verdere analyse van de APOLLO-studie kan de implementatie van dit regime als nieuwe zorgstandaard bij patiënten met hoogrisico APL ondersteunen.

Referentie

Platzbecker U, et al. First results of the APOLLO trial: a randomized phase III study to compare ATO combined with ATRA versus standard AIDA regimen for patients with newly diagnosed, high-risk acute promyelocytic leukemia. Gepresenteerd tijdens EHA 2024; abstract S102.

Spreker Uwe Platzbecker

Prof. dr. Uwe Platzbecker, University Hospital Leipzig, Department for Hematology, Cellular Therapy and Hemostaseology, Leipzig, Duitsland

 

Zie: Keyslides

 

Naar boven