preheader NTVH

Jazz Pharma Defitelio

ECHO: toevoeging van acalabrutinib aan rituximab verbetert de PFS bij oudere patiënten met onbehandeld mantelcellymfoom

Intensieve eerstelijnsbehandeling kan bij patiënten met mantelcellymfoom een duurzame respons en verlengde progressievrije overleving opleveren. Dergelijke behandelingen worden door oudere en kwetsbare patiënten echter vaak niet goed verdragen. In de ECHO-studie werd onderzocht of de combinatie van acalabrutinib met rituximab leidt tot betere uitkomsten bij deze populatie.

Uit de SHINE-studie was eerder naar voren gekomen dat toevoeging van de Bruton’s tyrosinekinase (BTK)-remmer ibrutinib aan chemo-immuuntherapie met bendamustine en rituximab als eerstelijnsbehandeling van oudere patiënten (≥ 65 jaar) met mantelcellymfoom (MCL) de progressievrije overleving (‘progression free survivial’, PFS) van deze patiënten verlengt. Dit ging echter gepaard met een kortere algehele overleving (‘overall survival’, OS) in verband met een hoge mate van toxiciteit. In een poging om voor deze patiëntengroep een beter alternatief te vinden, werd in de fase III-studie ECHO de combinatie van acalabrutinib met bendamustine en rituximab onderzocht bij ouderen met nog onbehandelde MCL.

Studieopzet

In de gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase III-studie ECHO werden patiënten van 65 jaar of ouder met onbehandelde MCL en een ECOG-score ≤2 gerandomiseerd (1:1) tussen een behandeling met acalabrutinib en bendamustine+rituximab (de ABR-groep) of placebo met bendamustine+ rituximab (de PBR-groep). In beide groepen werd bendamustine+ rituximab bij aanvang toegediend in 6 cycli. Bij patiënten die daarop een partiële of complete respons bereikten, werd dit gevolgd door een onderhoudsbehandeling met rituximab van 2 jaar. Acalabrutinib en placebo werden toegediend tot aan ziekteprogressie of het optreden van onaanvaardbare toxiciteit. In geval van ziekteprogressie, werd patiënten de gelegenheid aangeboden om over te stappen naar acalabrutinib. De primaire uitkomstmaat van de studie was de PFS, beoordeeld door een onafhankelijke commissie. Belangrijkste secundaire uitkomsten waren de OS en de veiligheid van de behandeling.

Resultaten

In totaal maakten 598 patiënten deel uit van deze analyse (299 patiënten in beide groepen). De mediane leeftijd was 71 jaar, 76% had een lage of gemiddelde Mantle Cell Lymphoma International Prognostic Index (MIPI)-score en 13% had een blastoïde of pleiomorfe histologie. De patiëntkenmerken van de onderzoeksgroepen waren vergelijkbaar. Na een mediane follow-upduur van 45 maanden werden 31,8% van de patiënten in de ABR-groep en 25,8% van de patiënten in de PBR-groep nog steeds behandeld. De mediane PFS was 66,4 maanden in de ABR-groep en 49,6 maanden in de PBR-groep (HR [95%-BI]: 0,73 [0,57-0,94]). De OS-gegevens toonden een positieve trend ten gunste van ABR (HR [95%-BI]: 0,86 [0,65-1,13]). In de placebogroep waren 51 patiënten na ziekteprogressie overgestapt naar behandeling met acalabrutinib. Sterfgevallen door Covid-19 hadden een beduidende impact op de studieresultaten. Als Covid-19-gerelateerde sterfgevallen buiten beschouwing werden gelaten in de analyse, was de mediane PFS in beide groepen verbeterd (niet bereikt met ABR versus 61,6 maanden met PBR; HR [95%-BI]: 0,65 [0,49-0,86]). Een vergelijkbaar effect werd gezien ten aanzien van de OS (HR [95%-BI]: 0,78 [0,56-1,07]).

Het aantal ongewenste voorvallen (‘adverse events’, AE’s) van graad 3 of hoger was vergelijkbaar bij beide studiegroepen. Dit betrof respectievelijk 88,9 en 88,2% van de patiënten in de ABR- en PBR-groepen. AE’s van graad ≥3 van klinische betekenis waren: atriumfibrilleren (3,7 vs. 1,7%), hypertensie (5,4 vs. 8,4%), neutropenie (35,4 vs. 37,0%), infecties (41,1 vs. 34,0%) en pneumonie (8,8 vs. 6,4%). AE’s van elke graad gerelateerd aan Covid-19 (anders dan pneumonie) werden gemeld bij 30,6 versus 20,9% van de patiënten in respectievelijk de ABR- en PBR-groepen. Stopzetting van de behandeling met acalabrutinib vanwege AE’s werd gemeld bij 42,8% van de patiënten. Hierbij was sprake van een verschil van 11,8% ten opzichte van de placebogroep (31,0%).

Conclusie

In deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde, fase III-studie (ECHO) werden de werkzaamheid en veiligheid van de eerstelijnsbehandeling met acalabrutinib plus bendamustine+rituximab vergeleken met placebo plus bendamustine+rituximab bij oudere patiënten met onbehandelde MCL. Met een mediane follow-upduur van 45 maanden leidde de toevoeging van acalabrutinib aan bendamustine+rituximab tot een statistisch significante verbetering in de PFS en was sprake van een positieve trend in de OS. Dit voordeel was meer uitgesproken bij patiënten die niet getroffen waren door Covid-19.

Referentie

Wang M, et al. Acalabrutinib plus bendamustine and rituximab in untreated mantle cell lymphoma: results from the phase 3, double-blind, placebo-controlled ECHO trial. Gepresenteerd tijdens EHA 2024; abstract LB3439.

Spreker Michael Wang

Michael Wang, MD, Anderson Cancer Center, Houston, VS

 

Zie: Keyslides

 

Naar boven