preheader NTVH

HD21: verbeterde werkzaamheid en tolerantie bij BrECADD ten opzichte van BEACOPP bij gevorderd klassiek Hodgkin-lymfoom

Combinatiechemotherapie met bleomycine, etoposide, doxorubicine, cyclofosfamide, vincristine, procarbazine en prednison (BEACOPP) leidt tot een verbetering van de progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS) en algemene overleving (‘overall survival’, OS) bij patiënten met een gevorderd klassiek Hodgkin-lymfoom. De therapielast is echter erg hoog vanwege de aanhoudende toxiciteit van deze middelen. Om de therapielast te verlagen is er een nieuw behandelregime ontwikkeld met het antilichaam-geneesmiddelconjugaat brentuximab vedotine in aanvulling op combinatiechemotherapie met etoposide, cyclofosfamide, doxorubicine, dacarbazine en dexamethason (BrECADD) die mogelijk gepaard gaat met minder toxiciteit.

Studieopzet

De HD21-studie is een internationale, gerandomiseerde ‘open-label’-fase III-studie waarin patiënten van 18-60 jaar met een gevorderd klassiek Hodgkin-lymfoom werden geïncludeerd. Patiënten ontvingen BEACOPP of BrECADD in 4 of 6 cycli, afhankelijk van de uitslag van een PET/CT-onderzoek na de tweede cyclus. Patiënten met een negatieve uitslag doorliepen vervolgens nog 2 cycli, en patiënten met een positieve uitslag nog 4 cycli. De primaire uitkomstmaten waren de therapie-gerelateerde morbiditeit (TRMB) en de PFS. De TRMB werd bepaald aan de hand van acute en ernstige therapie-gerelateerde ongewenste voorvallen bij patiënten die ten minste 1 volledige cyclus hadden doorlopen. Na afloop van de behandeling volgde nog een tweede PET/CT-onderzoek om het percentage patiënten met PET-positieve restziekte vast te stellen.

Resultaten

Er waren 1.500 patiënten uit 9 verschillende landen geïncludeerd in de studie, waarvan er 18 uitvielen wegens aanpassing van de diagnose. De studiepopulatie bestond uit 1.482 patiënten, waarvan 742 patiënten BrECADD en 740 patiënten BEACOPP ontvingen. De kenmerken van de patiënten bij aanvang van de studie waren bijna identiek tussen de behandelgroepen. De mediane leeftijd was in beide groepen 31 jaar. In beide groepen had 16% van de patiënten een stadium IIB-lymfoom en 84% van de patiënten een stadium III/IV-lymfoom volgens de Ann-Arbor-classificatie. Ook het percentage patiënten met een negatieve PET/CT-uitslag na 2 cycli (64%) en het percentage patiënten met PET-positieve restziekte na afloop van de therapie (17%) was vergelijkbaar in beide groepen.

De TRMB was statistisch significant lager in de BrECADD-groep, vergeleken met de BEACOPP-groep (42 vs. 59%; relatief risico [95%-BI]: 0,72 [0,65-0,79]). De klinische relevantie van deze verlaging is te zien in het lagere percentage patiënten in de BrECADD-groep ten opzichte van de BEACOPP-groep dat een transfusie van erytrocyten (24 vs. 52%) of trombocyten (17 vs. 34%) nodig had. Perifere neuropathie van graad 2 of 3 kwam bij 7% van de patiënten in de BrECADD-groep voor ten opzichte van 16% patiënten in de BEACOPP-groep. De betere tolerantie van het BrECADD regime leidde tot een verminderde dosisverlaging over de verschillende behandel cycli. Tijdens de 4e behandelcyclus ontvingen 77,8% van de patiënten de volledige dosis van de BrECADD combinatie ten opzichte van 58,5% bij de BEACOPP combinatie.

Het aantal recidieven was in het eerste jaar na de behandeling lager in de BrECADD-groep ten opzichte van de BEACOPP (binnen 1 jaar; 1,5% ten opzichte van 3,1%). Het aantal late recidieven, na het eerste jaar tot 40 maanden na follow-up, was vergelijkbaar in beide studiegroepen (2,2% in de BrECADD-groep en 2,4% in de BEACOPP-groep). De PFS na 4 jaar was 94,3% in de BrECADD-groep en 90,9% in de BEACOPP-groep (HR [95%-BI]: 0,66 [0,45-0,97]).

Conclusie

Het BrECADD regime wordt significant beter verdragen dan het BEACOPP regime door patiënten met gevorderd klassiek Hodgkin-lymfoom. Dit leidt tot een verminderde dosisverlaging in de opvolgende cycli van het behandelregime. Bovendien is de werkzaamheid van het BrECADD regime beter dan die van het BEACOPP regime, mogelijk vanwege de verminderde dosisverlaging en de betere tolerantie. Op basis van deze resultaten bevelen de onderzoekers het PET/CT-onderzoek gestuurde BrECADD regime aan als nieuwe standaardbehandeling bij patiënten met gevorderd klassiek Hodgkin-lymfoom.

Referentie

Borchmann P, et al. The randomized study GHSG HD21 shows superior tolerability and efficacy of BrECADD versus BEACOPP in advanced stage classical Hodgkin lymphoma. Gepresenteerd tijdens EHA 2024; abstract S225.

Spreker Peter Borchmann

Prof. dr. Peter Borchmann, University of Cologne and German Hodgkin Study Group (GHSG), Keulen, Duitsland

 

Zie: Keyslides

 

Naar boven