preheader NTVH

DREAMM-7: tripletbehandeling met belamaf, bortezomib en dexamethason bij gerecidiveerd of refractair multipel myeloom

Patiënten met multipel myeloom worden vaak refractair tegen of krijgen een recidief na hun eerstelijnsbehandeling.1 Belantamab mafodotin is een antilichaam-geneesmiddelconjugaat dat werkzaam is gebleken voor de behandeling van patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom (R/R MM) en dat door patiënten goed wordt verdragen.2 In de fase III-studie DREAMM-7 is onderzocht of een combinatietherapie bestaande uit belantamab mafodotin, bortezomib en dexamethason (BVd) werkzamer is dan de standaardbehandeling met daratumumab, bortezomib en dexamethason (DVd) bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom.3

Studieopzet

In de internationale, gerandomiseerde ‘open-label’-fase III-studie DREAMM-7 werden volwassen patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom 1:1 willekeurig toegewezen aan behandeling met BVd (belantamab mafodotin: 2,5 mg/kg elke 3 weken; bortezomib: 1,3 mg/m2 tweemaal per week in maximaal 8 cycli van 21 dagen; dexamethason: 20 mg op dagen van en na bortezomibgift in maximaal 8 cycli) of DVd (daratumumab: 16 mg/kg in 21-daagse cycli, elke week in cycli 1-3, elke 3 weken in cycli 4-8, en elke 4 weken vanaf cyclus 9; bortezomib en dexamethason: volgens hetzelfde doseringsschema als bij BVd). Alleen patiënten die ten minste één eerdere behandeling hadden ondergaan, kwamen in aanmerking voor deelname. De primaire uitkomstmaat was de progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS), gebaseerd op de beoordeling door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Belangrijke secundaire uitkomstmaten waren de algehele overleving (‘overall survival’, OS), de duur van de respons (‘duration of response’, DOR), het percentage patiënten bij wie een respons werd bereikt (‘overall response rate’, ORR), het percentage patiënten bij wie een complete respons (CR) werd bereikt en het bijwerkingenprofiel van de behandeling.

Resultaten

In totaal werden 494 patiënten gerandomiseerd (BVd: n=243; mediane leeftijd: 65 jaar; 53% man; DVd: n=251; mediane leeftijd: 64 jaar; 57% man), met een mediane follow-upduur van 28,2 maanden. De mediane PFS was 36,6 maanden in de BVd-groep, vergeleken met 13,4 maanden in de DVd-groep (HR [95%-BI]: 0,41 [0,31-0,53]). De mediane OS werd in beide studiegroepen niet bereikt (HR [95%-BI]: 0,57 [0,40-0,80]). De ORR was 82,7% (95%-BI: 77,4-87,3) in de BVd-groep versus 71,3% (95%-BI: 65,3-76,8) in de DVd-groep. In de BVd-groep bereikte 34,6% van de patiënten (95%-BI: 28,6-40,9) een CR, terwijl dit in DVd-groep 17,1% (95%-BI: 12,7-22,4) was. De mediane DOR was respectievelijk 35,6 maanden (95%-BI: 30,5-niet bereikt) en 17,8 maanden (95%-BI: 13,8-23,6) in de BVd- en DVd-groep. In beide studiegroepen werd door alle deelnemers ten minste één ongewenst voorval (‘adverse event’, AE) ervaren. Aan de therapie gerelateerde AE’s (‘treatment-related adverse events’, TRAE’s) van graad 3 of 4 kwamen voor bij 90% van de deelnemers in de BVd-groep en bij 67% van de deelnemers in de DVd-groep. Ernstige AE’s (‘serious adverse events’, SAE’s) werden gerapporteerd bij respectievelijk 50 en 37% van de deelnemers in de BVd- en DVd-groep. In de BVd-groep werden meer oculaire AE’s waargenomen dan in DVd-groep (79 vs. 29%).

Conclusie

In de DREAMM-7-studie is aangetoond dat behandeling met BVd tot een gunstigere PFS leidt dan behandeling met DVd bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom die ten minste één eerdere behandeling hebben gekregen. Ook werd een langere DOR gezien in BVd-groep vergeleken met de DVd-groep. Hoewel meer TRAE’s van graad 3 of 4 werden gezien in de BVd-groep dan in de DVd-groep, oordeelden de onderzoekers dat het bijwerkingenprofiel van BVd acceptabel is. Op basis van deze gegevens concluderen de onderzoekers dan ook dat BVd potentieel de standaardbehandeling kan worden bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom bij wie een eerdere behandeling heeft gefaald.

Referenties

1. Raje J, Mateos M, Iida S, et al. Clinical evidence for immune-based strategies in early-line multiple myeloma: current challenges in decision-making for subsequent therapy. Blood Cancer J 2023;13:41.
2. Lassiter G, Bergeron C, Guedry R, et al. Belantamab mafodotin to treat multiple myeloma: a comprehensive review of disease, drug efficacy and side effects. Curr Oncol 2021;28:640-60.
3. Mateos M, et al. Results from DREAMM-7 a randomized phase 3 study of belantamab mafodotin + bortezomib, and dexamethasone vs daratumumab + bortezomib, and dexamethasone in relapsed/refractory multiple myeloma. Gepresenteerd tijdens EHA 2024; abstract S214.

Spreker Maria-Victoria Mateos

Maria-Victoria Mateos, MD, PhD, Hospital Universitario de Salamanca, Salamanca, Spanje

 

Zie: Keyslides

 

Naar boven