Talquetamab plus teclistamab is werkzaam bij recidiverend of refractair multipel myeloom met extramedullaire ziekte
Patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom en extramedullaire ziekte hebben een hogere ziektelast en een grotere onvervulde behandelbehoefte dan patiënten zonder extramedullaire ziekte.1 Wanneer patiënten na meerdere, verschillende behandelingen nog steeds ziekteprogressie vertonen, komen ze volgens het EMA in aanmerking voor behandeling met talquetamab óf teclistamab.2,3 Professor Shaji Kumar (Department of Hematology, Mayo Clinic Rochester, Rochester, VS) presenteerde tijdens EHA 2025 de resultaten van de fase II-studie RedirecTT-1, waarin patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom en extramedullaire ziekte gelijktijdig behandeld werden met zowel talquetamab als teclistamab.4
Patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) en extramedullaire ziekte (‘extramedullary disease’, EMD) reageren doorgaans minder goed op standaardtherapie dan patiënten zonder EMD. De algehele responspercentages (‘overall response rates’, ORRs) zijn laag en patiënten ontwikkelen relatief snel een recidief.4 Talquetamab is een monoklonaal antilichaam gericht tegen ‘G Protein-Coupled Receptor Class C Group 5 Member D’ (GPRC5D), terwijl teclistamab zich richt op B-cel maturatie-antigeen (BCMA). Beide geneesmiddelen zijn ‘first-in-class’ bispecifieke antilichamen en zijn in de EU goedgekeurd als monotherapie voor de behandeling van RRMM bij patiënten die ziekteprogressie vertonen na eerdere behandeling met ten minste een immuunmodulerend middel, een proteasoomremmer en een anti-CD38-therapie.2,3
Op basis van gegevens uit een fase I-studie lijkt een gecombineerde aanpak gericht op zowel GPRC5D als BCMA gunstig bij patiënten met EMD. Vermoedelijk vermindert deze combinatie het risico op therapeutische resistentie, bijvoorbeeld door ontsnapping van tumorcellen via verminderde antigeenexpressie.5 Het doel van de fase II-studie RedirectTT-1 was om de werkzaamheid en veiligheid te evalueren van de combinatiebehandeling met talquetamab en teclistamab bij patiënten met RRMM en EMD.
Studieopzet
In de internationale, ‘open-label’-fase II-studie RedirecTT-1 werden patiënten met RRMM behandeld met talquetamab (na 3 opstapstapdoses: 0,8 mg/kg, elke twee weken) en teclistamab (na 3 opstapdoses: 3,0 mg/kg, elke twee weken). Patiënten kwamen in aanmerking voor deelname als ze EMD vertoonden en eerder waren behandeld met ten minste een immuunmodulator, een proteasoomremmer en een anti-CD38-therapie. Na voltooiing van zes cycli konden patiënten, mits goedgekeurd door de onderzoeker, overstappen op een vierwekelijks doseringsschema. Indien een zeer goede partiële respons (‘very good partial response’, VGPR) werd waargenomen, kon deze overstap al na vier cycli plaatsvinden. De primaire uitkomstmaat was de ORR, terwijl de progressievrije overleving (‘progression-free survival’, PFS), responsduur (‘duration of response’, DOR), algehele overleving (‘overall survival’, OS) en de veiligheid belangrijke secundaire uitkomstmaten waren.
Resultaten
In totaal werden 90 deelnemers behandeld met talquetamab en teclistamab, met een mediane leeftijd van 64,5 jaar, waarvan 63,3% man was. Na een mediane follow-upduur van 12,6 maanden (bereik: 0,5-19,5) bedroeg de ORR 78,9% (95%-BI: 69,0-86,8), met een complete respons (CR) bij 54,4% van de patiënten. De 1-jaars-PFS, DOR en OS waren respectievelijk 61,0% (95%-BI: 49,6-70,6), 64,1% (95%-BI: 48,3-76,3) en 74,5% (95%-BI: 63,4-82,7).
Veiligheid
Ongewenste voorvallen (‘adverse events’, AE’s) van graad 3 en 4 werden gerapporteerd bij 87% van de deelnemers, waarbij neutropenie (62%) de meest voorkomende was. Bij 78% van de deelnemers trad ‘cytokine release’-syndroom (CRS) op, in alle gevallen van graad 1 of 2. ‘Immune effector cell-associated neurotoxicty syndrome’ (ICANS) werd geobserveerd bij 12% van de deelnemers. Infecties kwamen voor bij 79% van de patiënten, waarvan 31% graad 3 of 4. Hypogammaglobulinemie werd vastgesteld bij 70% van de deelnemers, van wie 87% ten minste één dosis IgG ontving. De combinatiebehandeling werd bij drie patiënten gestaakt wegens AE’s en twee deelnemers stopten uitsluitend met talquetamab.
Conclusie
De internationale, ‘open-label’-fase II-studie RedirecTT-1 toont aan dat de combinatie van talquetamab en teclistamab bij patiënten met RRMM en EMD leidt tot een hoge ORR en diepe, duurzame responsen. Volgens de onderzoekers overstijgt de werkzaamheid van deze combinatie die van de huidige standaardtherapieën, terwijl het veiligheidsprofiel vergelijkbaar is met dat van de afzonderlijke middelen.
Referenties
1. Moreau P, Mateos M, Goldschmidt H, et al. Outcomes of patients with extramedullary disease in triple-class exposed relapsed/refractory multiple myeloma from the pooled LocoMMotion and MoMMent studies. Clin Lymphoma Myeloma Leuk 2025;27:S2152-265000106-5.
2. EMA. SmPC Talvey. Te raadplegen via: https://ec.europa.eu/health/documents/community-register/2023/20230821160195/anx_160195_en.pdf.
3. EMA. SmPC Tecvayli. Te raadplegen via: https://ec.europa.eu/health/documents/community-register/2022/20220823157360/anx_157360_en.pdf.
4. Kumar S, et al. Phase 2 study of talquetamab + teclistamab in patients with relapsed/refractory multiple myeloma and extramedullary disease: RedirecTT-1. Gepresenteerd tijdens EHA 2025; LBA4001.
5. Cohen YC, Magen H, Gatt M, et al. Talquetamab plus teclistamab in relapsed or refractory multiple myeloma. N Engl J Med 2025;392:138-49.
